Na het laatste schildersexamen van de Vereniging ter Veredeling van het Ambacht, de VVA, verdween het opleiden en examineren van oude technieken. Ook op de Nationale Schildersschool werden deze ambachtelijke onderdelen na 1962 niet meer beoefend.
Het bestuur van de vereniging OLNS beraadde zich in 1974 over die leemte die in de afgelopen jaren was ontstaan. Men voorzag dat het ambacht in de toekomst nog meer zou moeten inleveren. Kond de vereniging OLNS de draad weer oppakken? Besloten werd een proefcursus op te zetten waarvan men veronderstelde dat daarvoor slechts één jaar belangstelling zou zijn. Zoals in die tijd gebruikelijk was, werd een commissie gevormd die het bestuursbesluit handen en voeten moest geven. Vast stond dat het een vakbekwame cursus op ambachtelijk niveau moest worden.
De leden J. Oskam, J. Huibregtse, G.J. loenen en J. Berghuis sr. Gingen voortvarend aan de slag. Zo begon in 1975 in het Nimeto te Utrecht de eerste cursus die bestemd was voor geďnteresseerde leden.
J. Berghuis sr. En J. Oskam waren de eerste docenten. Al vrij spoedig bleek dat er veel meer belangstelling was dan men aanvankelijk vermoed had. Op zaterdag werden twee cursussen gegeven maar door de grote belangstelling kwam daar al vrij spoedig de donderdagavond bij. Veel cursisten bleven jaren terugkomen om zich verder te bekwamen in het leren imiteren van verschillende hout- en marmersoorten. Door het niveau, vakmanschap, collegialiteit en enthousiasme van de docenten werd een landelijke naam opgebouwd. Er kwamen niet allen cursisten uit de omgeving van Utrecht. Uit alle delen van het land kwamen zij om hun vakbekwaamheid te verhogen.
In eerste instantie wordt begonnen met het leren tekenen van de juiste structuren met houtskool op papier. Vervolgens wordt geleerd hoe een glacis gemaakt moest worden. Op een gelakte ondergrond, in de juiste kleur, wordt het trekken van houtdraden geleerd. Als men dat in de vingers heeft, wordt verder gegaan met het imiteren van eikenhout. Door steeds weer te oefenen, krijgt men het imiteren van de houtvlam en spiegels onder de knie. Op dezelfde wijze is aandacht besteed aan teakhout en wit marmer. Naast olieglacis is geoefend met de sneldrogende waterglacis waaraan later acrylglacis is toegevoegd. Op dezelfde wijze wordt ook nu nog het imiteren geleerd.
Enthousiast geworden, wilden de cursisten meer hout- en marmersoorten leren imiteren. Het gevolg hiervan was dat een vervolg cursus werd opgestart terwijl daardoor anderen weer aan de beginnerscursus konden deelnemen.
Weer onder leiding van vakbekwame en enthousiaste oud-leerlingen als docent werd het imiteren van andere hout- en marmersoorten geleerd. Zo kwamen noten- en mahoniehout en marmersoorten Royal Rouge en Port dór aan de orde.
Maar de cursisten wilden nog meer waaraan vervolg is gegeven. Het met de hand penselen van letters, waaronder de schrijfletter van Beekmann, het vergulden van teksten en handtekenen kwamen op het programma.
Het bestuur van de vereniging OLNS heeft in 1975 niet voorzien dat de cursus Oude Technieken na 32 jaar nog steeds bestaansrecht heeft. Schoorvoetend, als eerst cursus in het land, zijn er daarna meerdere gevolgd en ook weer verdwenen. Door vast te houden aan het ambachtelijke niveau en werken in een collegiale sfeer komen cursisten 5, 10, en soms wel 20 jaar terug, wat toch wel iets zeggen wil